6 augustus 2026
3 minuten leestijd
Wat verandert er voor de auto van de zaak vanaf 2027?

Rolf

Vanaf 1 januari 2027 gaan werkgevers extra betalen voor personenauto’s van de zaak die niet emissievrij zijn. Die maatregel heet pseudo-eindheffing. Hieronder lees je hoe de regeling werkt, wie hem betaalt en welk overgangsrecht er is. Daarnaast kijken we kort naar de investeringsaftrek die in 2026 voor ondernemers geldt.
Wat een pseudo-eindheffing is
Een pseudo-eindheffing is een heffing die de werkgever betaalt via de loonheffingen. Hij komt boven op de bijtelling die de werknemer al betaalt en staat daar volledig los van.
De maatregel is bedoeld om het zakelijke wagenpark sneller emissievrij te maken. Zakelijke auto’s stromen na enkele jaren door naar de tweedehandsmarkt, waardoor deze knop relatief snel effect heeft.
Het percentage en de grondslag
De heffing bedraagt 12 procent per jaar. Die wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm, voor auto’s tot 25 jaar oud. Voor oudere auto’s wordt gerekend met de waarde in het economisch verkeer.
Een belangrijk detail: de werkgever mag deze kosten niet doorberekenen aan de werknemer.
Voor wie de heffing geldt
De heffing raakt werkgevers die een personenauto met CO2-uitstoot ter beschikking stellen aan een medewerker voor privegebruik of woon-werkverkeer. Dat gaat om benzine, diesel en hybride.
Volledig emissievrije personenauto’s vallen buiten de heffing. Of een specifieke situatie eronder valt, hangt af van hoe de terbeschikkingstelling is geregeld. Laat dat beoordelen door je adviseur.
Het overgangsrecht tot 2030
Voor auto’s die al rijden geldt overgangsrecht. Auto’s die voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, vallen tot uiterlijk 17 september 2030 buiten de heffing.
Daardoor worden het moment van ingebruikname en de looptijd van lopende contracten belangrijk voor je planning. Een auto die in 2026 instroomt, staat fiscaal anders in de boeken dan dezelfde auto die begin 2027 instroomt.
Bijtelling in 2026
Voor de werknemer verandert de systematiek van de bijtelling niet. Voor 2026 geldt:
- 22 procent bijtelling voor auto’s met CO2-uitstoot
- 18 procent voor emissievrije auto’s, maar alleen over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde; over het meerdere geldt 22 procent
- 18 procent zonder die grens voor auto’s op waterstof en auto’s die volledig op geintegreerde zonnecellen rijden
Het verlaagde percentage geldt 60 maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand na eerste toelating.
De energie-investeringsaftrek in 2026
Ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen kunnen gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek. De EIA is in 2026 40 procent van het investeringsbedrag, met een minimum van 2.500 euro per bedrijfsmiddel en een maximum van 153 miljoen euro per belastingplichtige per jaar.
Voorwaarde is dat het bedrijfsmiddel op de Energielijst van dat jaar staat en dat je de investering meldt bij RVO. EIA en MIA kun je niet voor dezelfde investering combineren.
Let op wat er juist niet meer op de lijst staat
Ga niet af op oudere artikelen over fiscaal voordeel bij elektrische bedrijfsauto’s. De elektrische bestelauto en de elektrische personenauto staan in 2026 niet meer op de Milieulijst voor MIA en Vamil. Ook laadinfrastructuur loopt niet meer via die lijst; daarvoor is de subsidieregeling SPRILA in het leven geroepen.
De SSEB is een andere regeling en gaat over schoon en emissieloos bouwmaterieel, dus over mobiele werktuigen en vaartuigen, niet over bestelauto’s. Of een concreet bedrijfsmiddel in aanmerking komt, controleer je in de Energielijst of Milieulijst van het jaar waarin je investeert.
Laat je wagenpark doorrekenen
Dit artikel is algemene informatie en nadrukkelijk geen fiscaal advies. Wat de pseudo-eindheffing en de investeringsregelingen voor jouw bedrijf betekenen, hangt af van je wagenpark, je contracten en je rechtsvorm. Bespreek dat met je boekhouder of belastingadviseur.
Wil je weten welke emissievrije modellen passen bij jouw zakelijke gebruik en laadsituatie, dan denken we graag mee bij een van onze vestigingen.