6 augustus 2026
3 minuten leestijd
Hoeveel laadpunten heb je nodig op je laadplein?

Rolf

Tien elektrische auto’s, dus tien laadpunten? Zo werkt het in de praktijk zelden. Het aantal voertuigen zegt namelijk weinig over de werkelijke laadbehoefte. In dit artikel lopen we langs wat wel bepalend is: gebruikspatroon, beschikbaar vermogen, gelijktijdigheid en gedrag.
Begin bij het laadgedrag, niet bij het aantal auto’s
Niet alle voertuigen laden tegelijk, niet alle auto’s staan even lang stil en lang niet iedereen heeft dagelijks een volle accu nodig. Een een-op-eenverhouding tussen auto’s en laadpunten leidt daarom bijna altijd tot overinvestering.
De vraag die er wel toe doet: wanneer wordt er geladen? ’s Nachts, overdag tijdens kantooruren, of kort door bezoekers? Een wagenpark met nachtelijke standtijd heeft een totaal ander profiel dan een bedrijventerrein met wisselende bezetting of een publieke parkeerplaats.
Vermogen weegt zwaarder dan aantallen
Een laadplein wordt begrensd door de netaansluiting, niet door het aantal palen. Een locatie met beperkt vermogen kan simpelweg niet alle laadpunten tegelijk op vol vermogen laten draaien.
Daar helpt slimme verdeling. Loadbalancing verdeelt het beschikbare vermogen dynamisch over de aangesloten voertuigen: is een auto klaar, dan gaat die capaciteit naar de rest. Zo kun je vaak meer laadpunten plaatsen dan de aansluiting op papier lijkt toe te laten, zonder dat iemand langer hoeft te wachten.
Reken met gelijktijdigheid
Gelijktijdigheid is de kans dat meerdere voertuigen tegelijk maximaal vermogen vragen. Die kans is meestal kleiner dan gedacht, maar er zijn duidelijke piekmomenten.
Op kantoorlocaties ontstaat de piek rond aankomsttijd in de ochtend. Bij logistieke bedrijven volgt hij de ploegendiensten. Publieke laadpleinen kennen meer spreiding, maar zijn juist onvoorspelbaarder. Door het gebruikspatroon te analyseren en scenario’s door te rekenen, wordt duidelijk hoeveel vermogen je op het drukste moment echt nodig hebt.
Bouw voor groei zonder te overinvesteren
Elektrisch rijden groeit snel; wat vandaag ruim voldoende lijkt, kan over drie jaar krap zijn. Tegelijk is het zonde om meteen maximale capaciteit te installeren die jarenlang stilstaat.
De middenweg is gefaseerd uitbreiden. Leg bekabeling en verdeelkasten meteen zwaar genoeg aan, en groei met het aantal actieve laadpunten mee met de vraag. De grondwerkzaamheden zijn de grootste kostenpost, en die wil je maar een keer doen.
Onderschat het gedrag niet
Techniek is de helft van het verhaal. Hoe lang blijven auto’s aangesloten nadat ze vol zijn? Worden plekken eerlijk gedeeld? Zijn er afspraken over laden onder werktijd?
Een ruim opgezet laadplein kan alsnog inefficient draaien als niemand doorrijdt na het laden. Andersom functioneert een klein plein met duidelijke afspraken vaak verrassend goed. Inrichten is dus zowel een technische keuze als een kwestie van beleid.
Waar het op neerkomt
Het antwoord op “hoeveel laadpunten” ligt zelden in een simpel getal per voertuig. Het komt neer op vier dingen: hoe er geladen wordt, hoeveel vermogen er beschikbaar is, hoe groot de piek is, en welke afspraken er gelden.
Een goed ingericht laadplein is flexibel en schaalbaar, en voorkomt zowel wachtrijen als onnodige investeringen.
Meedenken over jouw situatie?
Wil je weten wat er bij jouw wagenpark of locatie past? Neem contact op met een van onze vestigingen. We kijken graag mee naar het gebruikspatroon en wat dat betekent voor de inrichting.